gratis muziek downloaden

Startspot.nl

Als startpagina - Bij je favorieten - Eigen startpagina

Dating

» Meer dating!

Aanmelden

Bekijk of de naam nog vrij is en registreer de naam:

.startspot.nl

Overzicht

Gratis muziek downloaden

Gratis

Muziek

Voor zover bekend, hebben alle culturen in alle tijden muziek gekend, maar omdat deze kunst op verschillende plaatsen en in verschillende tijden steeds weer anders beoefend (en ervaren) werd en wordt, is er geen eensgezindheid omtrent de definitie van muziek: wanneer is iets muziek en wanneer niet? Het uiteindelijke antwoord op deze kernvraag verschilt bij de diverse muziektheoretici en filosofen. Dit verklaart wel de grote verscheidenheid aan muziekstijlen door de tijden heen, in diverse (sub)culturen. Het is echter wel een onomstreden feit, dat het bij muziek altijd om het hoorbare (of het ontbreken daarvan) gaat, in tegenstelling tot het zichtbare in de beeldende kunsten. Muziek is een tijdskunst, met hoorbare (geluiden, klanken, tonen) of onhoorbare (stiltes, pauzes) elementen in opeenvolging of tegelijkertijd. Daarmee is muziek nauw verwant aan poëzie, waarbij de beide elementen van zichtbaar en hoorbaar verenigd worden, hetgeen bij geschreven muziek eveneens het geval is. Een ander woord voor muziek (als creatie) is toonkunst. [bewerk] Ritme Het primaire element, dat in alle muziek voorkomt, is het element van verandering in de tijd, de opeenvolging van klanken. Er is sprake van ritme, wanneer deze opeenvolging zodanig gebeurt, dat er een hoorbare structuur ontstaat, die soms bijna fysiek beleefd kan worden. Er ontstaat een beleving van een tel, een dansbaar gegeven. De primaire sociale context van muziek is dan ook de dansbare muziek, in tegenstelling tot de luistermuziek, die een meer abstracte vorm vertegenwoordigt. Afhankelijk van de snelheid van de tel, kan men spreken over snelle, dan wel langzame muziek. Toch zal in het algemeen de snelheid van de tel zich in het gebied van de snelheid van de hartslag bevinden (variërend van circa 40 tot 200 slagen per minuut), hetgeen de lichamelijke werking van ritme ook enigszins verklaart. Wordt onder metrum in de poëzie een herhaald patroon in de taalaccenten verstaan, het begrip ritme is, zowel in de poëzie als in de muziek, veelomvattender. Ook steeds wisselende, nimmer zich herhalende patronen kunnen als ritme ervaren worden, mits er een waarneembare tel is. Meestal echter is er sprake van een cyclus van een bepaald aantal tellen, die steeds herhaald wordt. In de klassieke muziek wordt dat de maatsoort genoemd. In andere tradities kent men vergelijkbare concepten, zoals bijvoorbeeld in India: de tala. [bewerk] Toonhoogte Het tweede element in de muziek is de toonhoogte van de klank. In verschillende culturen en verschillende tijden, zijn verschillende systemen ontstaan, om met toonhoogte om te gaan, meestal resulterend in een bepaalde toonladder of stemming. [bewerk] Melodie Een melodie is een opeenvolging van toonhoogtes, die een bepaalde muzikale gestalte vormt, meestal met de lengte van een ademhaling, of van een gesproken zin in de taal. In tegenstelling tot het meestal doorlopende, ritme, is de melodie een soort muzikale gedachte, met een specifiek karakter, en met een duidelijk begin en eind. [bewerk] Harmonie Onder harmonie wordt in de breedste zin des woords verstaan: de samenklank van verschillende klanken of tonen.In de Europese klassieke muziek is de harmonieleer ontstaan, die de zinvolle opeenvolging van akkoorden beschrijft. Ook Jazz en Popmuziek maken gebruik van akkoorden. Er bestaan meerdere klassieke muziektradities, zoals bijvoorbeeld de Indonesische Gamelan, de Japanse klassieke muziek, de Koreaanse klassieke muziek, de Hindoestaanse muziek en de Carnatische muziek, maar deze hebben geen van alle een harmonisch concept dat vergelijkbaar is met de Europese klassieke muziek, en maken geen gebruik van akkoorden, maar wel van samenklanken. [bewerk] Klankkleur Elke muziek maakt gebruik van specifieke klankkleuren, meestal door middel van het gebruik van specifieke muziekinstrumenten. De zogenaamde instrumentatie vertegenwoordigt dan meestal ook het esthetische ideaal van een bepaalde stijl. Tevens kan worden opgemerkt, dat een dergelijke esthetiek ook samenhangt met de wijze van luisteren. In veel Afrikaanse en Aziatische muziek bijvoorbeeld, luistert men meer naar de boventonen dan naar de grondtonen. Tonen maken deel uit van het begrip"muziek" het is een klankboord dat ons gehoor stimuleerd. [bewerk] Stijl Een niet ongebruikelijke hoofdindeling is de volgende: Jazz (genre) Blues (genre) Klassieke muziek (componist, tijd) Popmuziek (genre) Volksmuziek (streek) Er is echter een aantal stijlen die in iedere hoofdgroep voor kunnen komen, denk aan Dansmuziek - Filmmuziek - Brass. In wezen is deze indeling een combinatie van inhoudelijke en maatschappelijke kenmerken. Puur inhoudelijk is een mogelijke indeling: Westerse muziek, Chinees-Japanse traditie, Afrikaanse muziek, etc. etc., waarbij de westerse muziek kan worden onderverdeeld in klassieke muziek, avant-garde, jazz, pop/rock enz. Een indeling geheel op gebruik gebaseerd is: volksmuziek, amusementsmuziek, kunstmuziek en toegepaste muziek. Deze indeling gaat geheel door de verschillende hoofdstijlen heen: een rockband van onbekende amateurs behoort tot de volksmuziek, een rockband die regelmatig Top-40-hits heeft tot de amusementsmuziek en een rockband in speciale clubs voor een relatief klein, geschoold publiek tot de kunstmuziek. Zie de lijst van muziekstijlen voor een uitgebreid overzicht van muziekstijlen. [bewerk] Instrumenten Een andere grove indeling is die naar het gebruikte muziekinstrument. Instrumentale muziek, vocale muziek (zang) en de combinatie van beide, meestal onder leiding van een dirigent of koorleider. [bewerk] Opleiding De muziekvakopleidingen vinden plaats aan een muziekacademie en aan een conservatorium. Naast klassieke muziek wordt daar tegenwoordig ook vaak jazz, popmuziek of rock, en wereldmuziek gedoceerd. Musicologie is de academische studie van muziek; etnomusicologie is de universitaire studie van muziek in etnische context. Jazz kan gezien worden als een muziekstijl die ontstaan is in New Orleans uit een kruisbestuiving van folk, blues, negrospiritual, ragtime, en klassieke muziek.Jazz kan daarentegen ook een zeer energieke dans voorstellen. Maar hier gaan we het hebben over de muziekstijl. Inhoud [verbergen] 1 Geschiedenis 2 Onjuist gebruik van de term jazz 3 Kenmerken 4 Jazzinstrumenten 5 Beroemde jazzmuzikanten 6 Jazzstijlen 7 Beroemde jazzvocalisten 8 Nederlandse jazzorkesten 9 Jazzcomponisten 10 Beroemde hedendaagse jazzensembles 11 Bekende jazznummers 12 Zie ook 13 Externe links [bewerk] Geschiedenis De geschiedenis van wat wij nu ?jazz? noemen gaat echter verder terug dan de zojuist genoemde muziekstijlen. De belangrijkste bron voor de jazz ligt naar alle waarschijnlijkheid in Afrika. De Afrikaanse mensen die als slaven naar Amerika gebracht werden, brachten hun traditionele ? sterk ritmische ? muziek mee. Op hun route naar de Verenigde Staten werden veel slaven allereerst naar de West-Indische eilanden gebracht, met name naar Hispaniola (Haïti en de Dominicaanse Republiek); na een tijdje werden velen van hen verkocht in New Orleans. Zij namen hun religieuze en muzikale erfenis met zich mee. De slaven uit Santo Domingo (de hoofdstad van de Dominicaanse Republiek, gesticht door de broer van Christopher Columbus) zetten hun oude voodoo-praktijken ongewijzigd voort in New Orleans. Doordat deze Afrikaanse muziek en danstradities werden blootgesteld aan het publiek vond er een wederzijdse beïnvloeding plaats met de Europese muziektraditie. De unieke ritmische nadruk van deze dansen plus vele andere ingrediënten kwamen samen om een muzieksoort op te leveren die bekend werd als Jazz. Deskundigen zijn het erover eens dat werklieden van de katoenvelden, blues van stad en platteland, banjostijlen van variétéshows, gesyncopeerde brass bands (fanfarekorpsen) en ragtime (gesyncopeerde dansmuziek) allen een belangrijke rol speelden bij het ontstaan van jazz. ?De syncopering (accentverschuiving) als primair ingrediënt van de jazz, ontwikkelde zich als een ritmische aanpassing van de Afrikanen. De syncope was het meest voor de hand liggende en beste substituut voor de gecompliceerde polyritmiek (de simultane combinatie van contrasterende ritmes in een muzikale compositie) die integraal onderdeel uitmaken van hun muzikale erfenis. Het is deze syncope die muziek doet ? swingen?. Jazz, de voorloper van de moderne rock and roll bekleedt een zeer interessante rol in de geschiedenis. De naam Jazz komt van het niet meer bestaande woord ?Jass? waarmee de seksuele daad op een platvloerse manier werd aangeduid. Voor de heiden was jazz een symptoom van de glorieuze bevrijding van de knellende banden van de moraal. Het ontstond in de sloppenwijken en werd voornamelijk ontwikkeld voor gebruik in bordelen; het ene bordeel probeerde het andere af te troeven met de beste jazz band. Uiteindelijk ontwikkelde de jazz zich tot wat we vandaag kennen als rock and roll. Al met al heeft de rockmuziek niets van haar erfenis verloren op haar lange weg van Babylon, via Egypte en Afrika, naar Amerika en de rest van de wereld; het is alleen maar in verschillende jasjes gestoken, met inbegrip van de ritmes en kwaliteiten die hun oorsprong vinden in satansverering, rebellie en immoraliteit. Die muziek was gebaseerd op een vijftonige toonladder. Een vijftonige (pentatonische) toonladder in de toonsoort C bestaat uit de noten c?es?f?g?bes. De Afrikaanse muziek had een sterke pentatonische traditie. Dat wil overigens niet zeggen dat pentatonische muziek elders (in Europa, Amerika) niet bekend was. De op de plantages werkende slaven ontwikkelden een zangstijl die als de oorsprong van wat nu "blues" heet aangeduid kan worden. Aan de vijftonige toonladder werd een noot toegevoegd, in het voorbeeld voor de toonsoort C de fis, die later als de ?blue note? zou worden aangeduid. Deze ?blue notes? spelen een belangrijke rol in de klankkleur van wat wij nu blues noemen. Muzikanten in kroegen en bordelen (vaak overigens ook Afrikanen) werden geïnspireerd door de ?plantagezang? en de Ragtime ontstond, waarbij andere inspiratiebronnen (inclusief de klassieke Europese muziek) tevens een rol speelden. In die begintijd bestond een jazz band uit de volgende instumenten: trompet, trombone, klarinet, piano, banjo, contrabas en slagwerk. Dit is ? in hoofdzaak ? de standaard bezetting gebleven van een oude stijl jazz band. De banjo werd later ook wel door de (elektrische) gitaar vervangen en vooral in de beginperiode was er vaker een tuba of sousafoon dan een contrabas aanwezig. Vaak wordt als moment waarop wat wij nu jazz noemen begon, de oprichting van het eerste blanke jazzorkest, de Original Dixieland Jass Band (let op de spelling met ?ss? in plaats van ?zz?) in 1917 genomen. Dit is ongetwijfeld niet correct, want eerder dan dit blanke orkest waren er al uit Afro-Amerikaanse bestaande orkesten actief in New Orleans. Genoemd kunnen worden de orkesten van Edward ?King? Oliver, met daarin Louis Armstrong, die zelf ook diverse orkesten oprichtte en leidde, en Bunk Johnson. Later gingen weer anderen hierop door, zoals "Jelly Roll" Morton, die zichzelf ? blijkens zijn visitekaartje ? de uitvinder van de jazz noemde, maar die eigenlijk meer door de in middels vrijwel verdwenen ragtime geïnspireerd werd. Nog weer later kunnen daar namen als Sidney Bechet en Sidney De Paris aan toegevoegd worden. Men zou kunnen zeggen dat de jazz zich langs twee sporen parallel ontwikkelde: een ?blank? spoor en een ?zwart? spoor. De vroege jazz stijlen worden New Orleans (de ?zwarte? tak) en Dixieland (de ?blanke? tak) genoemd. We spreken hier over de twintiger jaren van de twintigste eeuw. Deze vroege stijlen van de jazz ontwikkelden zich in de dertiger en veertiger jaren van de twintigste eeuw naar muziek voor grotere orkesten. Deze variant wordt swing genoemd en werd gespeeld door ?big bands? van 10-20 musici. De grootste namen in de zwarte lijn in deze tijd was Edward ?Duke? Ellington (Duke Ellington) en Willam ?Count? Basie (Count Basie), en in de blanke lijn werd Benny Goodman een van de bekendste orkestleiders uit de swing periode. Inmiddels was jazz gemeengoed van het Amerikaanse en Europese publiek geworden en was deze muziek immens populair. De zwarte en blanke lijnen waren samengekomen in die zin, dat de meest orkesten zowel zwarte als blanke musici bevatten. Tot na de Tweede Wereldoorlog vierde de swing hoogtij. In de vijftiger jaren van de twintigste eeuw kan men twee richtingen onderscheiden. In de eerste plaats keerde de Dixieland terug en wordt er in deze tijd wel gesproken van een ?Dixieland Revival?. Oude musici werden weer actief, en daarnaast ontstond er een nieuwe generatie jazzmusici. De jazz werd nu niet meer voornamelijk in en rond New Orleans gespeeld, maar door geheel Amerika en overigens ook in Europa. In New Orleans bleven musici als Wilbur De Paris en Sharkey Bonano actief. In Chicago zette onder meer Eddie Condon (die zijn werkterrein later naar New York verplaatste) een nieuwe stroming in gang. Aan de Amerikaanse westkust ontwikkelde zich een stijl die wat meer teruggreep naar de Ragtime en die ook wel Frisco jazz genoemd wordt. Een paar namen die deze ontwikkeling in gang hebben gezet zijn Turk Murphy, Bob Scobey (met de onvergetelijke banjoist-zanger Clancey Hayes in zijn orkest) en het orkest van Disney-medewerkers The Firehouse Five Plus Two. In Nederland werd op 5 mei 1945 de Dutch Swing College Band opgericht. Later volgden onder meer de Down Town Jazz band, New Orleans Syncopators en de Dixieland Pipers. De tweede richting die de jazz opging in de jaren vijftig van de twintigste eeuw was de Bebop. Musici als Dizzy Gillespie, John Coltrane en Charles Mingus vonden de ?oude stijl? te eenvoudig en zochten naar modernere vormen. De oprichting van deze stijl word vaak aan Charlie Parker toegewezen. De stijl werd Bebop genoemd vermoedelijk genoemd naar de haardracht van Dizzy Gillespie) en kenmerkte zich door een opzwepend karakter. Een verdere grote naam uit deze periode is die van de Jazz Messengers onder leiding van Art Blakey. Kort daarop ontstond ? als reactie op de opzwepende Bebop ? de Cool Jazz, waarvan Miles Davis een van de belangrijkste en bekendste vertolkers was (zie albums Birth of the Cool en Kind Of Blue). Ook de muziek van Dave Brubeck kan tot deze stijl gerekend worden. Verdere grote namen die in verband te brengen zijn met de ?cool jazz?: Chet Baker, The Modern Jazz Quartet en in Nederland de zangeressen Ann Burton en Rita Reys. De jazzmuziek mengde zich vanaf de zestiger jaren van de twintigste eeuw langzamerhand met populaire muziek en de pure jazzmuziek verdween vrijwel geheel. Dat wil niet zeggen dat zich niet weer nieuwe en interessante stijlen van jazz kunnen gaan ontwikkelen. Sindsdien zijn er nog maar weinig musici geweest die op de oude stijlen (New Orleans en Dixieland) voortborduurden. Wel is er een levendige scene van (veelal amateur)musici en liefhebbers die samen oude-stijl jazz muziek maken en beluisteren. Wat nu (aan het begin van de eenentwintigste eeuw) ?jazz? genoemd wordt heeft weinig meer met de jazz uit de vorige eeuw te maken. [bewerk] Onjuist gebruik van de term jazz In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt is het niet zo dat hedendaagse jazz steeds meer op popmuziek gaat lijken. Het misverstand zit in het feit dat popmuziek steeds vaker benoemd wordt als jazz. Dit gebeurt bij verschillende soorten muziek. Ten eerste bij muziek die een mengeling is van jazz en pop, zoals de recente albums van Jamie Cullum. Hoewel deze muziek wel degelijk erg beïnvloed is door jazz, kan het niet worden gerekend tot de (moderne) jazz. In de meeste gevallen geven de artiesten zelf ook volmondig toe dat hun muziek geen pure jazz is, echter, niet iedereen is hiervan op de hoogte. Ten tweede wordt ook muziek die weinig tot niks met jazz te maken heeft soms bestempeld als jazz. Bekende voorbeelden zijn James Blunt en Joss Stone. Als oorzaak hiervan zijn niet goed ingelichte radio DJ's aan te wijzen en promotors van platenlabels die, door gebruik van de term jazz, de aandacht willen vestigen op een artiest. Een andere oorzaak kan zijn dat de desbetreffende artiest optreedt op een jazzevenement, zoals het North Sea Jazz Festival. Op laatstgenoemd festival treden tegenwoordig namelijk ook steeds vaker niet-jazzartiesten op, wat bij veel mensen de indruk wekt dat, omdat ze op een jazzfestival spelen, de artiesten dus jazzmuzikanten zijn. [bewerk] Kenmerken Kenmerkend aan jazz (vooral de modernere varianten) is het hernieuwd gebruik van allerlei kerktoonladders en gebruik van complexe akkoorden; vrijwel ieder moment wordt met septiem, none, undeciem, tredeciem geharmoniseerd. ?Kale? akkoorden zijn een hoge uitzondering. Ook wordt in Jazz veel meer geïmproviseerd dan in de meeste andere muziekstijlen. De meeste vormen van Jazz swingen, dat wil zeggen, er wordt gebruikgemaakt van de "triolenfeel" met swingende achtsten. [bewerk] Jazzinstrumenten Banjo ? Contrabas ? sousafoon ? Cornet ? Drumstel ? Elektrische gitaar ? Semi-akoestische gitaar ? Hammondorgel ? Klarinet ? Piano ? Saxofoon ? Trombone ? Trompet ? Vibrafoon ? Viool ? Sopraansax ? Basgitaar [bewerk] Beroemde jazzmuzikanten Cannonball Adderley ? Mose Allison ? Louis Armstrong ? Chet Baker ? Chris Barber ? Count Basie ? Bix Beiderbecke ? Han Bennink ? Carla Bley ? Anthony Braxton ? Dave Brubeck ? Benny Carter ? Philip Catherine ? Ray Charles ? John Coltrane ? Eddie Condon ? Chick Corea ? Gerard Cornielje ? Miles Davis ? Paul Desmond ? Jimmy Dorsey ? Tommy Dorsey ? Roy Eldridge ? Duke Ellington ? Bill Evans ? Gil Evans ? Erroll Garner ? George Gershwin ? Stan Getz ? Dizzy Gillespie ?Benny Golson ?Benny Goodman ? Dexter Gordon ? Stéphane Grappelli ? Bobby Hacket ? Charlie Haden ? Lionel Hampton ? Herbie Hancock ? Coleman Hawkins ? Clancy Hayes ? Benjamin Herman ? Abdullah Ibrahim ? Pim Jacobs ? Ahmad Jamal ? Theo Jörgensmann -- Stan Kenton ? Tim Kliphuis ? Lee Konitz ?Albert Mangelsdorff ? Misha Mengelberg ? John McLaughlin ? Pat Metheny ? Glenn Miller ? Charles Mingus ? Thelonious Monk ? Jelly Roll Morton ? Charlie Parker ? Jaco Pastorius ? Oscar Peterson ? Michel Petrucciani ? Bud Powell ? Sun Ra ? Django Reinhardt ? Sonny Rollins ? Bob Scobey ? George Shearing ? Horace Silver ? Wayne Shorter ? Cecil Taylor ? Jack Teagarden ? Toots Thielemans ? Ben Webster ? Tony Williams ? Teddy Wilson ? Joe Zawinul Blues is een muziekstijl die ongeveer tussen 1860 en 1900 is ontstaan en zijn oorsprong vindt in de muziek die slaven (uit Afrika afkomstige negers) in het Zuiden van de Verenigde Staten - o.a. in de Mississippidelta, tussen Memphis en New Orleans) - maakten. De voornaamste muzikale bronnen die tot het ontstaan van de blues hebben bijgedragen zijn de religieuze liederen (gospels, spirituals), de worksongs en de fieldhollers. Een typische variant van de blues is de cajunmuziek. Muziek maken met elkaar of alleen, met of zonder instrumenten, was voor hen vaak de enige manier om hun lijden uit te drukken en te verzachten. Omdat deze muziek een melancholische toon en inhoud had, werd ze 'blues' genoemd. Soms gebruikten de zangers 'scheldwoorden' die de bewakers niet kenden. Ze spraken bijvoorbeeld af dat 'hark' in hun liedje als 'zot' bedoeld werd. Zo konden ze de bewakers uitschelden zonder dat dezen het merkten. Ze maakten zelf instrumenten en 's avonds zongen ze uit volle borst over de miserie die ze hadden. De aanduiding 'blue' voor rouw is afkomstig uit de zeilscheepvaart. Als een schip haar kapitein of een andere officier tijdens de reis verloor, voerde ze voor de rest van de reis een blauwe vlag en werd een blauwe band rond het hele schip geschilderd alvorens de thuishaven binnen te lopen. Toen vele zwarten rond de Eerste Wereldoorlog vanuit het Zuiden naar de steden in het Noorden (o.a. Chicago en Detroit) trokken, kreeg de blues een meer 'stedelijk' geluid, voornamelijk gekenmerkt door het gebruik van elektrisch versterkte instrumenten. Deze meer up-tempo variant van de blues zou later de weg bereiden voor rhythm and blues en rock 'n' roll. Deze laatste zouden de blues enigszins naar de achtergrond dringen, maar in de jaren '60 en '70 leefde het genre op doordat Britse (blanke) rockmuzikanten als Eric Clapton, de Rolling Stones en Led Zeppelin opnieuw blues gingen spelen. Alle stijlen van de jazz zijn sterk door de blues beïnvloed, van New Orleans Jazz tot en met cool jazz. Inhoud [verbergen] 1 Muzikale kenmerken 1.1 Melodie 1.2 Thematiek 1.3 Stijlen 1.4 Instrumenten 2 Muzikanten 3 Externe links [bewerk] Muzikale kenmerken Bijna elk bluesnummer is herkenbaar aan het akkoordenschema waaruit het is opgebouwd. Dit bluesschema bestaat veelal uit 12 4-kwartsmaten, waarvan de laatste 3 de zgn. 'turnaround' vormen: I | I of IV | I | I | IV | IV | I | I | V | IV | I | V | De Romeinse cijfers stellen de traptreden van de toonladder voor. In C wordt het schema: C | C of F | C | C | F | F | C | C | G | F | C | G | Andere muziekgenres, zoals rock 'n' roll en in sommige gevallen ook jazz, zijn op een vereenvoudigde respectievelijk ingewikkeldere versie van dit schema gebaseerd. [bewerk] Melodie Heel kenmerkend voor de blues is het soleren. Zang wordt afgewisseld met instrumentale improvisatie, veelal in de van pentatonische toonladders afgeleide bluestoonladders. Er zijn 2 bluestoonladders: mineur (I-bIII-IV-bV-bVII) en majeur (I-II-bIII-III-V-VI). De mineurladder wordt het meest gebruikt. Het is mogelijk deze twee toonladders te combineren (I-II-bIII-III-IV-bV-V-VI-VII) maar dit gaat meer richting jazz. Heel belangrijk in de bluestoonladders zijn de zgn. blue notes. Dit zijn tonen die niet in westerse toonladders voorkomen en kunnen worden bereikt met instrumenten die tonen kunnen 'buigen', zoals gitaar, bluesharp en saxofoon. Er zijn 3 blue notes in de bluestoonladders: bij bIII, bV en bVII. Op instrumenten waarop het niet mogelijk is tonen te buigen (zoals bij toetsinstrumenten), kan men een soortgelijk effect bereiken d.m.v. een voorslag; bijvoorbeeld door kort bIII voor III te spelen. Vaak wordt een harmonisch contrast gebruikt: het in mineur soleren of zingen over een majeur akkoordenschema. Bluesmuziek heeft vaak een wat rauwe, donkere zangpartij, geworteld in zwarte gospel. De zanglijn wordt gekenmerkt door herhaling en een vraag-en-antwoord-dialoog tussen de zanger en de muzikanten. [bewerk] Thematiek De blues vertelt over het leven van alledag. De nadruk daarbij ligt op negatieve gebeurtenissen, bv. ongeluk in de liefde. Door het zingen van de blues hoopt men troost voor deze problemen te vinden, naast de kracht om er weer bovenop te geraken. Een bluesmuzikant schuwt controversiële thema's, zoals alcohol, seks en geweld, niet. Wel worden deze vaak bezongen in verdoken termen, veelal afkomstig uit afro-amerikaanse tradities, zoals bv. voodoo. [bewerk] Stijlen Elke bluesmuzikant heeft wel zijn eigen typische stijlkenmerken. Toch kunnen we in de blues o.a. de volgende stijlgroepen herkennen: African Blues Atlanta Blues Chicago Blues Delta Blues Detroit Blues East Coast Blues Kansas City Blues Louisiana Blues Memphis Blues New Orleans Blues Piedmont Blues Swamp Blues Texas Blues West Coast Blues [bewerk] Instrumenten De blues werd oorspronkelijk gespeeld op akoestische instrumenten als gitaar, piano en mondharmonica. Soms maakte de gitarist bovendien gebruik van een glad en hard voorwerp, zoals een mes of een flessenhals (vandaar de naam 'bottleneck', Engels voor 'flessenhals'), waarmee hij over de snaren gleed (vandaar de naam 'slide', Engels voor 'glijden'). Typische bluesinstrumenten zijn o.a.: contrabas / basgitaar gitaar (akoestisch, archtop, steelstring, elektrisch) mondharmonica of bluesharp piano [bewerk] Muzikanten Blind Lemon Jefferson (1897 - 1930) Lonny Brooks (1933) Big Bill Broonzy (1893 - 1958) Eric Clapton (1945) Albert Collins (1932 - 1993) Buddy Guy (1936) Rory Gallagher (1948 - 1995) W.C. Handy (1873 - 1958) Jimi Hendrix (1942 - 1970) Earl Hooker (1929 - 1970) John Lee Hooker (1917 - 2001) Lester Butler (1959 - 1998) Mississippi John Hurt (1892-1966) Robert Johnson (1909-1912 - 1938) Elmore James (1918 - 1963) B.B. King (1925) Albert King (1923 - 1992) Leadbelly (1885 - 1949) Daniël Lohues (1971) Charley Patton (1891 - 1934) Walter Trout (1951) Stevie Ray Vaughan (1954 - 1990) Muddy Waters (1915 - 1983) Downtown Blues Band (1981 - 1990) Met klassieke muziek wordt in de westerse betekenis meestal bedoeld: muziek die als kunstvorm is gecomponeerd. Een sluitende definitie is niet zo makkelijk te geven; er spelen allerlei aspecten mee: het betreft geen gebruiksmuziek, er wordt in concertzalen in stilte naar geluisterd, meestal, maar lang niet altijd, dateert de componist van voor 1900, de instrumentatie gebruikt de traditionele orkestinstrumenten. Dit alles in tegenstelling tot lichte muziek. De moderne klassieke muziek valt vaak buiten deze 'regels', terwijl moderne jazz er juist vaak weer goed aan voldoet. Soms echter, wordt de term klassieke muziek gebruikt als historische stijlcategorie. Inhoud [verbergen] 1 De klassieke muziekstijlen in chronologische volgorde 2 Beroemde composities 3 Vormen en genres 4 Componisten en uitvoerende musici [bewerk] De klassieke muziekstijlen in chronologische volgorde De geschiedenis van de klassieke muziek kan als volgt worden ingedeeld: Oudheid Middeleeuwse muziek (500-1450) Renaissance Barok (1600-1750) Classicisme (1750-1820) Romantiek (1820-1910) Impressionisme 20e eeuw (na 1900) Modern (na 1945) [bewerk] Beroemde composities Johann Sebastian Bach: Matthäus Passion - het Wohltemperierte Klavier - Brandenburgse Concerten - Badinerie in B - Menuetto Ludwig van Beethoven: 5e symfonie - 9e symfonie - Mondschein sonata - klavierstuk in a mineur (Für Elise) Johannes Brahms: Hongaarse dans nr.5 - 4e symfonie - ein Deutsches Requiem Frédéric Chopin: Etude op.10 nr.5 "zwarte toetsen" - Etude op.10 nr.12 "Revolutie Etude" - Wals op.62 nr.1 "Minuten Wals" Claude Debussy La mer - Arabesque Nr.1 Edvard Grieg: Peer Gynt Suite - In The Hall Of The Mountain King Georg Friedrich Händel: Messiah - Sarabande - Water Music Wolfgang Amadeus Mozart: Piano Concerto nr.21 - Alla turca - Requiem - Eine Kleine Nachtmusik Felix Mendelssohn Bartholdy: Midzomernachtsdroom Carl Orff: Carmina Burana Maurice Ravel: Bolero - La valse Rossini: Wilhelm Tell Ouverture Camille Saint-Saens: Carnival des Animaux, Orgelsymfonie Franz Schubert: 8e symfonie (Unvollendete) Johann Strauss: Schönen Blauen Donau - Radetski Mars - Tritsch Tratsch Polka Richard Strauss: Also Sprach Zarathustra Pjotr Iljitsj Tsjaikovski: Piano concert nr.1 - Romeo en Julia ouverture Antonio Vivaldi: De vier jaargetijden Wagner: Walkürenritt (uit: die Walküre, het tweede deel van de Ring des Nibelungen) Popmuziek is een afkorting van 'populaire muziek'. Het is een verzamelnaam voor tal van stijlen in de muziek. De gemeenschappelijke noemer hierbij is dat een breed publiek hier toegang toe heeft. In wezen is dat tegenwoordig altijd het geval, maar in de tijd dat de term ontstond, laten we zeggen na 1945, was het nieuw dat muziek bereikbaar werd voor iedereen. Het kopen van of luisteren naar muziek was vaak voorbehouden aan mensen die dat konden betalen. De term 'popmuziek' is dan ook nauw verbonden met termen als jeugdcultuur, massacultuur en commercie. Popmuziek is te zien als een van de verworvenheden van de nieuwe cultuurbeleving na de Tweede Wereldoorlog, waarin cultuur gemeengoed werd voor iedereen, veroorzaakt door verbetering en beschikbaarheid van de technologie. Daarnaast gaf de economische impuls die in de jaren vijftig ontstond jongeren de gelegenheid consument te worden. In de eerste jaren van de popmuziek wordt zij dan ook steeds meer de uitingsvorm voor jongeren. Muziekinstrumenten die in de popmuziek worden gebruikt zijn de elektrische gitaar, de basgitaar, drums en de synthesizer. Inhoud [verbergen] 1 Geschiedenis in vogelvlucht 1.1 De jaren vijftig 1.2 De jaren zestig 1.3 De jaren zeventig 1.4 De jaren tachtig 1.5 De jaren negentig 1.6 De jaren nul 2 Vorm 3 Zie ook 4 Externe link [bewerk] Geschiedenis in vogelvlucht [bewerk] De jaren vijftig Na de jazz en blues als mainstreamvarianten ontstond in de jaren vijftig de rock and roll. Dit is te zien als de eerste popmuziek, zeker toen platenmaatschappijen hierin de 'high school'-variant sterk gingen promoten. Chuck Berry speelde handig in op de veranderende smaak door makkelijk consumeerbare rock 'n' roll-songs te maken. In 1959 richtte Berry Gordy het Motown-label op, startpunt voor vele soulartiesten. Een nieuw hoogtepunt in de popmuziek werd zichtbaar in de carrière van Elvis Presley, die voor het eerst het medium televisie gebruikte als een natuurlijk verlengde van het traditionele podium (gestimuleerd door zijn manager). Zijn bekendheid en populariteit namen voordien ongekende vormen aan. Het begrip popidool was geboren. Vanaf nu had de jeugd de popmuzikant om zichzelf aan te spiegelen en aan op te trekken. [bewerk] De jaren zestig De hausse van Elvis ging naadloos over in de populariteit van The Beatles, waarmee het zwaartepunt van de popmuziek zich ook verplaatste van de Verenigde Staten naar Groot-Brittannië. In de Verenigde Staten werd gesproken over een British Invasion, een golf van Britse muziek die Amerikaanse bands en artiesten overschaduwde. Bands als The Monkees waren het antwoord op deze Britse golf. De enige Amerikaanse band die tegen het tij in alsmaar populairder werd, waren the Beach Boys, die The Beatles in populariteit evenaarden. Tussen de twee bands ontstond vanaf 1965 een creatieve concurrentiestrijd waarbij The Beatles het album Rubber Soul uitbrachten en The Beach Boys reageerden met Pet Sounds. Met deze albums werd een nieuwe richting in de popmuziek ingeslagen; popmuziek werd een kunstvorm waarin de mogelijkheden van de studio steeds meer werden benut en waarin albums in het vervolg meer waren dan verzamelingen liedjes. Eind jaren zestig werd het aanbod in de popmuziek allengs diverser. Er werd veel geëxperimenteerd, mede door de verdere verfijning van de basgitaar en de elektrische gitaar. Uitingsvorm hiervan was onder andere Jimi Hendrix. Ook ging de popmuziek op zoek naar haar extremen, zowel in stijl als levensstijl. Een populair voorbeeld daarvan is The Velvet Underground. Er was een hausse aan singer-songwriters waarvan Bob Dylan een bekend mannelijk voorbeeld is en Janis Ian en Melanie zijn vrouwelijke tegenhangers. Ook ontstonden toen de stijlen rock (o.a. Steppenwolf, Rolling Stones, Rod Stewart en The Faces) en symfonische rock, en werd er flink geëxperimenteerd met nieuwe jazzstijlen. Men kan zeggen dat in die jaren de popmuziek weer contact zocht met haar roots, de blues (John Mayall's Bluesbreakers) en de jazz (Soft Machine) en in sommige gevallen ook met de klassieke muziek (Mike Oldfield, Frank Zappa). [bewerk] De jaren zeventig De eerste helft van de jaren zeventig stond onder andere in het teken van de glamrock of 'glitterrock'. Exponenten daarvan waren T. Rex met o.a. Marc Bolan, David Bowie, Roxy Music, The Sweet en Gary Glitter. Er ontwikkelt zich een hardere en muzikalere vorm van de rockmuziek. Deze stijl, hardrock genaamd, had zijn roots in de muziek van 60-er jaren bands als de Small Faces en bluesbands als Fleetwoord Mac en The Allman Brothers Band. Toonaangevende bands in dit genre zijn Deep Purple en Led Zeppelin. Kenmerkend zijn de langere nummers waarin de virtuositeit van de bandleden ruim baan krijgt. Nummers als Child in Time en Stairway to Heaven behoren nu tot de klassieke muziek. Eind jaren zeventig bestendigt de synthesizer zijn rol in de popmuziek. Er ontstaan speciale bands rond dit instrument (Kraftwerk, Roxy Music met Brian Eno) en het komt veel terug in de hitparades, mede door de disco. Dan is het al lang geen schande meer om lange nummers te maken zonder tekst en dan ook nog goed te verkopen, zoals Pink Floyd geregeld liet zien. De invloeden van bands als Pink Floyd, Genesis en Rush bleven tot ver in de jaren tachtig en soms ook jaren negentig doorklinken door progrockbands als Marillion (bekend van de single Kayleigh) en Porcupine Tree. Naast het technisch geweld vestigt de punk zich midden jaren zeventig aan het firmament. Origineel bestond de punk al in de jaren zestig met o.a. Iggy Pop en the Stooges als bekendste voormannen. Ook de beginjaren zeventig kenden een Britse exponent van punk in The Faces, even wild en hard, maar dan wel met onderlegde muzikanten waarvan we de vijf leden terugvinden in verschillende prachtige rockbands. Recht-toe-recht-aan muziek: ritme, drie akkoorden en wilde bewegingen. Met de vorm in de jaren zeventig komt opnieuw een maatschappelijke beweging los. Anarchie en punk worden één. De belangrijkste punkgroep was de Sex Pistols die echter maar een kort leven beschoren was, van 1975 tot 1977. [bewerk] De jaren tachtig De muziek na de punk wordt wel new wave genoemd, als de nieuwe golf. Deze benaming komt snel echter synoniem te staan met de zwaar melancholische tegenhanger van de punk, verwoord door Joy Division, The Cure, The Smiths, Siouxie and the Banshees. Duran Duran was een van de bands die de popmuziek mengde met een uitgekiend imago en toepasselijke videoclips. Een andere, minder interessant voor de mainstream popzenders, toch zeer populaire muziekrichting, heavy metal, ontstaat uit de hardrock, als een overtreffende vorm daarvan. Deze muziekstijl breekt door na baanbrekend werk van immens populaire bands als Iron Maiden en Judas Priest. Qua tempo, intensiteit en ruigheid vergelijkbaar met punkmuziek, maar door de grotere muzikale klasse van de heavy metal muzikanten toch van een heel andere orde. Daar waar punkmuzikanten de muzikaliteit bewust verwaarlozen (protest?) leveren de heavy metal bandleden, ook tijdens live optredens, muzikale hoogstandjes af. Eind jaren tachtig ontstaan typische dansmuziekstijlen die in later jaren een grote invloed laten gelden: acid en house. De zware techno beat, een enorm volume en drugs staan model voor tal van stijlen die in de jaren erna ontstaan. Ook de gitaar herleeft in de noise en grunge, vooral door de opkomst van Sonic Youth en de Pixies. In de tweede helft van de jaren tachtig deed zich het verschijnsel van de nostalgie voor, als reactie op de house en de muziek die met behulp van computers werd gemaakt. Deze hang naar muziek uit de jaren zestig en zeventig uitte zich in de vele sixties-revivals, de 'classic radio'-stations, de televisieprogramma's over popartiesten uit het verleden (waarvan er velen weer gingen optreden) en de enorme verkoopresultaten van verzamel-CD's van deze muzikanten. Grote artiesten van de jaren 80 zijn o.a. 'King of Pop' Michael Jackson en 'Queen of Pop' Madonna. [bewerk] De jaren negentig De jaren negentig beginnen met het vervolg van de grunge, een reactie tegen de oppervlakkige "maskarade-pop" uit jaren '80. De stroming lokaliseert zich vooral in Seattle, rondom de band Nirvana en haar charismatische voorman Kurt Cobain. Deze band neemt stadsgenoten als Pearl Jam en Soundgarden mee in haar succes, en ook Janes Addiction en Faith No More worden bepalende groepen binnen deze stroming. Het genre betekent echter ook de doodsteek voor de FM-rock uit de jaren '80 (Europe, Def Leppard) en de demarcatie tussen verschillende stijlen binnen de popmuziek wordt almaar vager. Gedurende de jaren negentig verplaatst het centrum van de rock zich naar Groot-Brittannië door de opkomst van de britpop. Met deze 'Beatlesmuziek in een nieuw jasje' worden vooral Oasis en Blur bekend. Tegelijkertijd is er ook een wijd scala aan hitparadepop. In het begin van de jaren negentig wordt onder meer het Nederlandse 2 Unlimited en Italiaanse Cappella hiermee bekend. Later weten ook onder meer boybands als Take That, Backstreet Boys en *NSYNC, de girlband The Spice Girls, en Britney Spears voor hypes te zorgen. Rond de eeuwwisseling is het vooral een moderne variant van R&B en hiphop die de hitparades domineert, aangevoerd door acts als Destiny's Child, R. Kelly, Dr. Dre en Eminem. Op museaal gebied werden er over de hele wereld initiatieven ondernomen. Zo werd op 1 september 1995 de Rock 'n Roll Hall of Fame in Cleveland, Ohio (VS), geopend door Yoko Ono. In Nederland waren er de Stichting Popmuseum en de Rock 'n Art Hall of Fame ([1]) en in juli 2004 werd in Duitsland in Gronau het Rock 'n Popmuseum ([2]) van Udo Lindenberg geopend. Aan het eind van de jaren negentig ontstaat er een stroming die geclassificeerd wordt als 'post-rock', als reactie op de hardrock-revival in het begin van de jaren 90. [bewerk] De jaren nul Vlak na de eeuwwisseling is er in alternatieve kringen ook ineens sprake van een groep bands die alle snufjes laten vallen en teruggrijpen naar de recht-toe-recht-aan rock van helden van weleer zoals de Velvet Underground. De belangrijkste bands van dit genre zijn The White Stripes, The Strokes, Franz Ferdinand en The Arctic Monkeys. Met behulp van televisieprogramma's als Star Academy en Idols proberen platenmaatschappijen vanaf 2001 nieuw zangtalent en vooral inkomsten aan te boren. Met name Idols levert wereldwijd allerlei noteringen in de hitparades op. Allerlei dancefestivals komen op of beginnen steeds grotere vormen aan te nemen. Zo kent men in België I Love Techno en in Nederland ondere andere Sensation, Dance Valley en Lovefields. Ook Belgische trancegroepen als Milk Inc., Sylver en Nederlandse trance-dj's als Tiësto, Armin van Buuren en Ferry Corsten worden bekend. [bewerk] Vorm Popmuziek werd in de eerste jaren vooral uitgebracht op grammofoonplaat (vinyl, de vervanger van het zeer kwetsbare bakeliet). De eerste plaatjes van de popmuziek waren vooral singletjes, met een nummer aan beide kanten, of soms meer (EP). De nummers waren derhalve kort (2 à 3 minuten). In de jaren zestig kwam de langspeelplaat (LP) op, waarin een band meer nummers ten gehore bracht met een totale lengte van drie kwartier of korter. Het singletje werd de promotor voor een LP, maar bleef vanwege de prijs graadmeter voor de populariteit. De LP's als verzameling van nummertjes werden vaak ook conceptalbums, zoals The Beatles met Sgt. Pepper's Lonely Hearts Club Band in 1967 deden. Midden jaren tachtig kwam de compact disc op de markt. De platenindustrie greep de gelegenheid aan om LP's opnieuw op CD uit te brengen, voor een hogere prijs. De jeugd van toen was inmiddels ouder, kocht alle favoriete muziek opnieuw op CD en de bestaande jeugd werd rijker. Toch bleven de prijzen van CD's even hoog nadat vinyl uit de winkels van de grote platenketens was verdwenen. De single (CD-single) bleef graadmeter voor de populariteit, omdat die het goedkoopste was. Midden jaren negentig begon vinyl echter aan een kleine heropleving door een stijgende populariteit van de professionele dj, vooral in het milieu van house, drum and bass, goa en andere muziekvormen met als basis een zware beat. Dit kwam doordat veel van deze dj's liever werken met vinyl, omdat ze naar eigen zeggen de muziek beter aanvoelden en ze dus beter kunnen mixen. Met de nieuwe media kwamen ook nieuwe vormen van de drager eraan: sinds 1994 wordt MP3 gebruikt (en volgens onder andere de platenmaatschappijen misbruikt) door P2P-diensten, zoals Napster en KaZaA. Ook ringtones werden populair voor mobiele telefonie. De winsten van de platenindustrie zakten, en in 2003 maakten zij voor het eerst meer winst op ringtones dan op CD-singles. De platenbonzen werden angstiger voor hun toekomst. Zij noemden als voornaamste bedreiging de toenemende piraterij; de consument klaagde vooral over de hoge prijzen. De eerste succesvolle legale muziekdiensten in 2003 waren Weblisten en de iTunes Store (iTS). De marketing rondom popmuziek is in de loop der jaren veranderd. Aan het begin van de éénentwintigste eeuw werd vooral de website MySpace steeds populairder onder bands, en verschillende artiesten vergaarden hier hun bekendheid alvorens de sprong naar de mainstream media te maken. Twee voorbeelden daarvan zijn Arctic Monkeys en Lily Allen. Ook andere websites, zoals PureVolume (oa. Panic! At The Disco) boden beginnende bands een springplank. Volksmuziek is in het algemeen het tegendeel van klassieke muziek (de laatste uitsluitend bedoeld als kunst-muziek, als esthetisch luistergenot), in diverse culturen. Het kenmerkende van volksmuziek, is dat het een rituele of functionele rol in een bepaalde cultuur vervult, bijvoorbeeld in de vorm van dansmuziek, feestmuziek of muziek die gebruikt wordt om bepaalde arbeidshandelingen te synchroniseren. Zo bestaan er bijvoorbeeld in Japan rijst-oogstliederen, die exact ritmisch aangeven welke handelingen wanneer moeten worden verricht. Dergelijke muziek was ook in het Europa van de 19e eeuw niet ongebruikelijk in fabrieken. Volksmuziek wordt bestudeerd in de etnomusicologie. Vanwege het soms als 'oubollig' ervaren etiket van de term 'volksmuziek', wordt vanaf ca. 1985 steeds vaker de term wereldmuziek gehanteerd.

Music

Music is a form of art and entertainment or other human activity that involves organized and audible sounds and silence. It is expressed in terms of pitch (which includes melody and harmony), rhythm (which includes tempo and meter), and the quality of sound (which includes timbre, articulation, dynamics, and texture). Music also involves complex generative forms in time through the construction of patterns and combinations of natural stimuli, principally sound. Music may be used for artistic or aesthetic, communicative, entertainment, or ceremonial purposes. The definition of what constitutes music varies according to culture and social context. If painting can be viewed as a visual art form, music can be viewed as an auditory art form. The broadest definition of music is organized sound that is pleasing to a group of people. There are observable patterns to what is broadly labeled music, and while there are understandable cultural variations, the properties of music are the properties of sound as perceived and processed by humans. In essence, music is a personal response to mechanical vibration. Music is harmonious sound created by the playing of instruments or use of vocals as a whole or individually. It is a direct expression of human emotions designed to manipulate and transform the emotion of the listener/listeners. Music is designed to be felt unlike sound which is heard. Greek philosophers and medieval theorists defined music as tones ordered horizontally as melodies, and vertically as harmonies. Music theory, within this realm, is studied with the pre-supposition that music is orderly and often pleasant to hear. However, in the 20th century, composers challenged the notion that music had to be pleasant by creating music that explored harsher, darker timbres. The existence of some modern-day genres such as grindcore and noise music, which enjoy an extensive underground following, indicate that even the crudest noises can be considered music if the listener is so inclined. 20th century composer John Cage disagreed with the notion that music must consist of pleasant, discernible melodies. Instead, he argued that any sounds we can hear can be music, saying, for example, "There is no noise, only sound,"[3]. According to musicologist Jean-Jacques Nattiez (1990 p.47-8,55): "The border between music and noise is always culturally defined--which implies that, even within a single society, this border does not always pass through the same place; in short, there is rarely a consensus.... By all accounts there is no single and intercultural universal concept defining what music might be." The composer Anton Webern stated "With me, things never turn out as I wish, but only as is ordained for means?I must", which sets out his view of the underlying generative process of music. Johann Wolfgang Goethe believed that patterns and forms were the basis of music; he stated that "architecture is frozen music." [edit] History Main article: History of music See also: Music and politics Figurines playing stringed instruments, excavated at Susa, 3rd millennium BC. Iran National Museum.The history of music predates the written word and is tied to the development of each unique human culture. Although the earliest records of musical expression are to be found in the Sama Veda of India and in 4,000 year old cuneiform from Ur, most of our written records and studies deal with the history of music in Western civilization. This includes musical periods such as medieval, renaissance, baroque, classical, romantic, and 20th century era music. The history of music in other cultures has also been documented to some degree, and the knowledge of "world music" (or the field of "ethnomusicology") has become more and more sought after in academic circles. This includes the documented classical traditions of Asian countries outside the influence of western Europe, as well as the folk or indigenous music of various other cultures. (The term world music has been applied to a wide range of music made outside of Europe and European influence, although its initial application, in the context of the World Music Program at Wesleyan University, was as a term including all possible music genres, including European traditions. In academic circles, the original term for the study of world music, "comparative musicology", was replaced in the middle of the twentieth century by "ethnomusicology", which is still considered an unsatisfactory coinage by some.) Popular styles of music varied widely from culture to culture, and from period to period. Different cultures emphasised different instruments, or techniques, or uses for music. Music has been used not only for entertainment, for ceremonies, and for practical & artistic communication, but also extensively for propaganda. As world cultures have come into greater contact, their indigenous musical styles have often merged into new styles. For example, the United States bluegrass style contains elements from Anglo-Irish, Scottish, Irish, German and some African-American instrumental and vocal traditions, which were able to fuse in the US' multi-ethnic "melting pot" society. There is a host of music classifications, many of which are caught up in the argument over the definition of music. Among the largest of these is the division between classical music (or "art" music), and popular music (or commercial music - including rock and roll, country music, and pop music). Some genres don't fit neatly into one of these "big two" classifications, (such as folk music, world music, or jazz music). Genres of music are determined as much by tradition and presentation as by the actual music. While most classical music is acoustic and meant to be performed by individuals or groups, many works described as "classical" include samples or tape, or are mechanical. Some works, like Gershwin's Rhapsody in Blue, are claimed by both jazz and classical music. Many current music festivals celebrate a particular musical genre. There is often disagreement over what constitutes "real" music: late-period Beethoven string quartets, Stravinsky ballet scores, serialism, bebop-era Jazz, rap, punk rock, and electronica have all been considered non-music by some critics when they were first introduced. [edit] Aspects Main article: Aspects of music The traditional or classical European aspects of music often listed are those elements given primacy in European-influenced classical music: melody, harmony, rhythm, tone color or timbre, and form. A more comprehensive list is given by stating the aspects of sound: pitch, timbre, loudness, and duration.[1] These aspects combine to create secondary aspects including structure, texture and style. Other commonly included aspects include the spatial location or the movement in space of sounds, gesture, and dance. Silence has long been considered an aspect of music, ranging from the dramatic pauses in Romantic-era symphonies to the avant-garde use of silence as an artistic statement in 20th century works such as John Cage's 4'33."John Cage considers duration the primary aspect of music because it is the only aspect common to both "sound" and "silence." As mentioned above, not only do the aspects included as music vary, their importance varies. For instance, melody and harmony are often considered to be given more importance in classical music at the expense of rhythm and timbre. It is often debated whether there are aspects of music that are universal. The debate often hinges on definitions. For instance, the fairly common assertion that "tonality" is universal to all music requires an expansive definition of tonality. A pulse is sometimes taken as a universal, yet there exist solo vocal and instrumental genres with free, improvisational rhythms with no regular pulse;[2] one example is the alap section of a Hindustani music performance. According to Dane Harwood, "We must ask whether a cross-cultural musical universal is to be found in the music itself (either its structure or function) or the way in which music is made. By 'music-making,' I intend not only actual performance but also how music is heard, understood, even learned." [3] [edit] Production Main article: Music industry Music is composed and performed for many purposes, ranging from aesthetic pleasure, religious or ceremonial purposes, or as an entertainment product for the marketplace. Amateur musicians compose and perform music for their own pleasure, and they do not attempt to derive their income from music. Professional musicians are employed by a range of institutions and organizations, including armed forces, churches and synagogues, symphony orchestras, broadcasting or film production companies, and music schools. As well, professional musicians work as freelancers, seeking contracts and engagements in a variety of settings. Although amateur musicians differ from professional musicians in that amateur musicians have a non-musical source of income, there are often many links between amateur and professional musicians. Beginning amateur musicians take lessons with professional musicians. In community settings, advanced amateur musicians perform with professional musicians in a variety of ensembles and orchestras. In some rare cases, amateur musicians attain a professional level of competence, and they are able to perform in professional performance settings. A distinction is often made between music performed for the benefit of a live audience and music that is performed for the purpose of being recorded and distributed through the music retail system or the broadcasting system. However, there are also many cases where a live performance in front of an audience is recorded and distributed (or broadcast). [edit] Performance Main article: Performance Chinese Naxi musiciansSomeone who performs, composes, or conducts music is a musician. Musicians perform music for a variety of reasons. Some artists express their feelings in music. Performing music is an enjoyable activity for amateur and professional musicians, and it is often done for the benefit of an audience, who is deriving some aesthetic, social, religious, or ceremonial value from the performance. Part of the motivation for professional performers is that they derive their income from making music. Not only is it an income derived motivation, music has become a part of life as well as society. Allowing one to be motivated through self intrinsic motivations as well, as a saying goes "for the love of music." As well, music is performed in the context of practicing, as a way of developing musical skills. [edit] Solo and ensemble Many cultures include strong traditions of solo or soloistic performance, such as in Indian classical music, and in the Western Art music tradition. Other cultures, such as in Bali, include strong traditions of group performance. All cultures include a mixture of both, and performance may range from improvised solo playing for one's enjoyment to highly planned and organized performance rituals such as the modern classical concert or religious processions. Chamber music, which is music for a small ensemble with no more than one of each type of instrument, is often seen as more intimate than symphonic works. A performer is called a musician or singer, and they may be part of a musical ensemble such as a rock band or symphony orchestra. [edit] Oral tradition and notation Main article: Musical notation Musical notationMusic is often preserved in memory and performance only, handed down orally, or aurally ("by ear"). When the composer of music is no longer known, this music is often classified as "traditional". Different musical traditions have different attitudes towards how and where to make changes to the original source material, from quite strict, to those which demand improvisation or modification to the music. In the Gambia, West Africa, the history of the country is passed aurally through song. When music is written down, it is generally notated so that there are instructions regarding what should be heard by listeners, and what the musician should do to perform the music. This is referred to as musical notation, and the study of how to read notation involves music theory, harmony, the study of performance practice, and in some cases an understanding of historical performance methods. Written notation varies with style and period of music. In Western Art music, the most common types of written notation are scores, which include all the music parts of an ensemble piece, and parts, which are the music notation for the individual performers or singers. In popular music, jazz, and blues, the standard musical notation is the lead sheet, which notates the melody, chords, lyrics (if it is a vocal piece), and structure of the music. Nonetheless, scores and parts are also used in popular music and jazz, particularly in large ensembles such as jazz "big bands." In popular music, guitarists and electric bass players often read music notated in tablature, which indicates the location of the notes to be played on the instrument using a diagram of the guitar or bass fingerboard. Tabulature was also used in the Baroque era to notate music for the lute, a stringed, fretted instrument. Generally music which is to be performed is produced as sheet music. To perform music from notation requires an understanding of both the musical style and the performance practice that is associated with a piece of music or genre. The detail included explicitly in the music notation varies between genres and historical periods. In general, art music notation from the 17th through to the 19th century required performers to have a great deal of contextual knowledge about performing styles. For example, in the 17th and 18th century, music notated for solo performers typically indicated a simple, unornamented melody. However, it was expected that performers would know how to add stylistically-appropriate ornaments such as trills and turns. In the 19th century, art music for solo performers may give a general instruction such as to perform the music expressively, without describing in detail how the performer should do this. It was expected that the performer would know how to use tempo changes, accentuation, and pauses (among other devices) to obtain this "expressive" performance style. In the 20th century, art music notation often became more explicit, and used a range of markings and annotations to indicate to performers how they should play or sing the piece. In popular music and jazz, music notation almost always indicates only the basic framework of the melody, harmony, or performance approach; musicians and singers are expected to know the performance conventions and styles associated with specific genres and pieces. For example, the "lead sheet" for a jazz tune may only indicate the melody and the chord changes. The performers in the jazz ensemble are expected to know how to "flesh out" this basic structure by adding ornaments, improvised music, and chordal accompaniment. [edit] Improvisation, interpretation, composition Main articles: Musical composition, Musical improvisation, and Free improvisation Most cultures use at least part of the concept of preconceiving musical material, or composition, as held in western classical music. Even when music is notated precisely, there are still many decisions that a performer has to make. The process of a performer deciding how to perform music that has been previously composed and notated is termed interpretation. In some musical genres, such as jazz and blues, even more freedom is given to the performer to engage in improvisation on a basic melodic, harmonic, or rhythmic framework. The greatest latitude is given to the performer in a style of performing called free improvisation, which is material that is spontaneously "thought of" (imagined) while being performed, not preconceived. According to the analysis of Georgiana Costescu, improvised music usually follows stylistic or genre conventions and even "fully composed" includes some freely chosen material (see precompositional). Composition does not always mean the use of notation, or the known sole authorship of one individual. Music can also be determined by describing a "process" which may create musical sounds, examples of this range from wind chimes, through computer programs which select sounds. Music which contains elements selected by chance is called Aleatoric music, and is often associated with John Cage and Witold Lutos?awski. [edit] Composition Musical composition is a term that describes the composition of a piece of music. Methods of composition vary widely from one composer to another, however in analyzing music all forms -- spontaneous, trained, or untrained -- are built from elements comprising a musical piece. Music can be composed for repeated performance or it can be improvised; composed on the spot. The music can be performed entirely from memory, from a written system of musical notation, or some combination of both. Study of composition has traditionally been dominated by examination of methods and practice of Western classical music, but the definition of composition is broad enough to include spontaneously improvised works like those of free jazz performers and African drummers. What is important in understanding the composition of a piece is singling out its elements. An understanding of music's formal elements can be helpful in deciphering exactly how a piece is constructed. A universal element of music is how sounds occur in time, which is referred to as the rhythm of a piece of music. When a piece appears to have a changing time-feel, it is considered to be in rubato time, an Italian expression that indicates that the tempo of the piece changes to suit the expressive intent of the performer. Even random placement of random sounds, which occurs in musical montage, occurs within some kind of time, and thus employs time as a musical element. [edit] Reception and audition Main article: Hearing (sense) Concert in the Mozarteum, SalzburgThe field of music cognition involves the study of many aspects of music including how it is processed by listeners. Music is experienced by individuals in a range of social settings ranging from being alone to attending a large concert. Musical performances take different forms in different cultures and socioeconomic milieus. In Europe and North America, there is often a divide between what types of music are viewed as "high culture" and "low culture." "High culture" types of music typically include Western art music such as Baroque, Classical, Romantic, and modern-era symphonies, concertos, and solo works, and are typically heard in formal concerts in concert halls and churches, with the audience sitting quietly in seats. On the other hand, other types of music such as jazz, blues, soul, and country are often performed in bars, nightclubs, and theatres, where the audience may be able to drink, dance, and express themselves by cheering. Until the later 20th century, the division between "high" and "low" musical forms was widely accepted as a valid distinction that separated out better quality, more advanced "art music" from the popular styles of music heard in bars and dance halls. However, in the 1980s and 1990s, musicologists studying this perceived divide between "high" and "low" musical genres argued that this distinction is not based on the musical value or quality of the different types of music. Rather, they argued that this distinction was based largely on the socioeconomic standing or social class of the performers or audience of the different types of music. For example, whereas the audience for Classical symphony concerts typically have above-average incomes, the audience for a hip-hop concert in an inner-city area may have below-average incomes. Even though the performers, audience, or venue where non-"art" music is performed may have a lower socioeconomic status, the music that is performed, such as blues, hip-hop, punk, funk, or ska may be very complex and sophisticated. Deaf people can experience music by feeling the vibrations in their body, a process which can be enhanced if the individual holds a resonant, hollow object. A well-known deaf musician is the composer Ludwig van Beethoven, who composed many famous works even after he had completely lost his hearing. Recent examples of deaf musicians include Evelyn Glennie, a highly acclaimed percussionist who has been deaf since the age of twelve, and Chris Buck, a virtuoso violinist who has lost his hearing. Further information: psychoacoustics [edit] Media and Technology The music that composers make can be heard through several media; the most traditional way is to hear it live, in the presence, or as one of the musicians. Live music can also be broadcast over the radio, television or the internet. Some musical styles focus on producing a sound for a performance, while others focus on producing a recording which mixes together sounds which were never played "live". Recording, even of styles which are essentially live, often uses the ability to edit and splice to produce recordings which are considered better than the actual performance. As talking pictures emerged in the early 20th century, with their prerecorded musical tracks, an increasing number of moviehouse orchestra musicians found themselves out of work.[4] More than just their position as film accompanists was usurped; according to historian Preston J. Hubbard, "During the 1920s live musical performances at first-run theaters became an exceedingly important aspect of the American cinema."[5] With the coming of the talkies, those featured performances?usually staged as preludes?were largely eliminated as well. The American Federation of Musicians took out newspaper advertisements protesting the replacement of live musicians with mechanical playing devices. One 1929 ad that appeared in the Pittsburgh Press features an image of a can labeled "Canned Music / Big Noise Brand / Guaranteed to Produce No Intellectual or Emotional Reaction Whatever" and reads in part: Canned Music on Trial This is the case of Art vs. Mechanical Music in theatres. The defendant stands accused in front of the American people of attempted corruption of musical appreciation and discouragement of musical education. Theatres in many cities are offering synchronised mechanical music as a substitute for Real Music. If the theatre-going public accepts this vitiation of its entertainment program a deplorable decline in the Art of Music is inevitable. Musical authorities know that the soul of the Art is lost in mechanisation. It cannot be otherwise because the quality of music is dependent on the mood of the artist, upon the human contact, without which the essence of intellectual stimulation and emotional rapture is lost.[6] Since legislation introduced to help protect performers, composers, publishers and producers, including the Audio Home Recording Act of 1992 in the United States, and the 1979 revised Berne Convention for the Protection of Literary and Artistic Works in the United Kingdom, recordings and live performances have also become more accessible through computers, devices and internet in a form that is commonly known as music-on-demand. In many cultures, there is less distinction between performing and listening to music, as virtually everyone is involved in some sort of musical activity, often communal. In industrialized countries, listening to music through a recorded form, such as sound recording or watching a music video, became more common than experiencing live performance, roughly in the middle of the 20th century. Sometimes, live performances incorporate prerecorded sounds. For example, a DJ uses disc records for scratching, and some 20th-century works have a solo for an instrument or voice that is performed along with music that is prerecorded onto a tape. Computers and many keyboards can be programmed to produce and play MIDI music. Audiences can also become the performers by using Karaoke, invented by the Japanese, which uses music video and tracks without voice, so the performer can add their voice to the piece. [edit] Education Professional musicians in some cultures and musical genres compose, perform, and improvise music with no formal training. Musical genres where professional musicians are typically self-taught or where they learn through informal mentoring and creative exchanges include blues, punk, and popular music genres such as rock and pop. Undergraduate university degrees in music, including the Bachelor of Music, the Bachelor of Music Education, and the Bachelor of Arts with a major in music typically take three to five years to complete. These degrees provide students with a grounding in music theory and music history, and many students also study an instrument or learn singing technique as part of their program. Graduates of undergraduate music programs can go on to further study in music graduate programs. Graduate degrees include the Master of Music, the Master of Arts, the PhD, and more recently, the Doctor of Musical Arts, or DMA. The Master of Music degree, which takes one to two years to complete, is typically awarded to students studying the performance of an instrument, education,voice or composition. The Master of Arts degree, which takes one to two years to complete and often requires a thesis, is typically awarded to students studying musicology, music history, or music theory. The PhD, which is required for students who want to work as university professors in musicology, music history, or music theory, takes three to five years of study after the Master's degree, during which time the student will complete advanced courses and undertake research for a dissertation. The Doctor of Musical Arts, or DMA is a relatively new degree that was created to provide a credential for professional performers or composers that want to work as university professors in musical performance or composition. The DMA takes three to five years after a Master's degree, and includes advanced courses, projects, and performances. [edit] Music as Part of General Education Main article: Music education The incorporation of music training from preschool to postsecondary education is common in North America and Europe, because involvement in music is thought to teach basic skills such as concentration, counting, listening, and cooperation while also promoting understanding of language, improving the ability to recall information, and creating an environment more conductive to learning in other areas. [7] In elementary schools, children often learn to play instruments such as the recorder, sing in small choirs, and learn about the history of Western art music. In secondary schools students may have the opportunity to perform some type of musical ensembles, such as choirs, marching bands, jazz bands, or orchestras, and in some school systems, music classes may be available. At the university level, students in most arts and humanities programs can receive credit for taking music courses, which typically take the form of an overview course on the history of music, or a music appreciation course that focuses on listening to music and learning about different musical styles. In addition, most North American and European universities have some type of musical ensembles that non-music students are able to participate in, such as choirs, marching bands, or orchestras. The study of Western art music is increasingly common outside of North America and Europe, such as STSI in Bali, or the Classical music programs that are available in Asian countries such as South Korea, Japan, and China. At the same time, Western universities and colleges are widening their curriculum to include music of non-Western cultures, such as the music of Africa or Bali (e.g. Gamelan music). Both amateur and professional musicians typically take music lessons, short private sessions with an individual teacher. Amateur musicians typically take lessons to learn musical rudiments and beginner- to intermediate-level musical techniques. [edit] Study Main articles: musicology and music theory Many people also study about music in the field of musicology. The earliest definitions of musicology defined three sub-disciplines: systematic musicology, historical musicology, and comparative musicology. In contemporary scholarship, one is more likely to encounter a division of the discipline into music theory, music history, and ethnomusicology. Research in musicology has often been enriched by cross-disciplinary work, for example in the field of psychoacoustics. The study of music of non-western cultures, and the cultural study of music, is called ethnomusicology. In Medieval times, the study of music was one of the Quadrivium of the seven Liberal Arts and considered vital to higher learning. Within the quantitative Quadrivium, music, or more accurately harmonics, was the study of rational proportions. Zoomusicology is the study of the music of non-human animals, or the musical aspects of sounds produced by non-human animals. As George Herzog (1941) asked, "do animals have music?" François-Bernard Mâche's Musique, mythe, nature, ou les Dauphins d'Arion (1983), a study of "ornitho-musicology" using a technique of Ruwet's Language, musique, poésie (1972) paradigmatic segmentation analysis, shows that birdsongs are organized according to a repetition-transformation principle. In the opinion of Jean-Jacques Nattiez (1990), "in the last analysis, it is a human being who decides what is and is not musical, even when the sound is not of human origin. If we acknowledge that sound is not organized and conceptualized (that is, made to form music) merely by its producer, but by the mind that perceives it, then music is uniquely human." Music theory is the study of music, generally in a highly technical manner outside of other disciplines. More broadly it refers to any study of music, usually related in some form with compositional concerns, and may include mathematics, physics, and anthropology. What is most commonly taught in beginning music theory classes are guidelines to write in the style of the common practice period, or tonal music. Theory, even that which studies music of the common practice period, may take many other forms. Musical set theory is the application of mathematical set theory to music, first applied to atonal music. Speculative music theory, contrasted with analytic music theory, is devoted to the analysis and synthesis of music materials, for example tuning systems, generally as preparation for composition. [edit] Use in therapy Robert Burton wrote in the 16th century in his classic work, The Anatomy of Melancholy, that music and dance were critical in treating mental illness, especially melancholia. [8] [9] [10] In November 2006, Dr. Michael J. Crawford [11] and his colleagues again found that Music therapy helped the outcomes of Schizophrenic patients. [12] [edit] Notes ^ Owen, 2000: 6 ^ Johnson, 2002 ^ Harwood, 1976: 522 ^ American Federation of Musicians/History "1927 ? With the release of the first 'talkie,' The Jazz Singer, orchestras in movie theaters were displaced. The AFM had its first encounter with wholesale unemployment brought about by technology. Within three years, 22,000 theater jobs for musicians who accompanied silent movies were lost, while only a few hundred jobs for musicians performing on soundtracks were created by the new technology. 1928 ? While continuing to protest the loss of jobs due to the use of 'canned music' with motion pictures, the AFM set minimum wage scales for Vitaphone, Movietone and phonograph record work. Because synchronizing music with pictures for the movies was particularly difficult, the AFM was able to set high prices for this work." ^ Hubbard (1985), p. 429. ^ "Canned Music on Trial" part of Duke University's Ad*Access project. The text of the ad continues: Is Music Worth Saving? No great volume of evidence is required to answer this question. Music is a well-nigh universally beloved art. From the beginning of history, men have turned to musical expression to lighten the burdens of life, to make them happier. Aborigines, lowest in the scale of savagery, chant their song to tribal gods and play upon pipes and shark-skin drums. Musical development has kept pace with good taste and ethics throughout the ages, and has influenced the gentler nature of man more powerfully perhaps than any other factor. Has it remained for the Great Age of Science to snub the Art by setting up in its place a pale and feeble shadow of itself? American Federation of Musicians (Comprising 140,000 musicians in the United States and Canada), Joseph N. Weber, President. Broadway, New York City. ^ Woodall and Ziembroski, 2002 ^ cf. The Anatomy of Melancholy, Robert Burton, subsection 3, on and after line 3480, "Music a Remedy": But to leave all declamatory speeches in praise [3481]of divine music, I will confine myself to my proper subject: besides that excellent power it hath to expel many other diseases, it is a sovereign remedy against [3482] despair and melancholy, and will drive away the devil himself. Canus, a Rhodian fiddler, in [3483]Philostratus, when Apollonius was inquisitive to know what he could do with his pipe, told him, "That he would make a melancholy man merry, and him that was merry much merrier than before, a lover more enamoured, a religious man more devout." Ismenias the Theban, [3484]Chiron the centaur, is said to have cured this and many other diseases by music alone: as now they do those, saith [3485]Bodine, that are troubled with St. Vitus's Bedlam dance. [1] ^ "Humanities are the Hormones: A Tarantella Comes to Newfoundland. What should we do about it?" by Dr. John Crellin, MUNMED, newsletter of the Faculty of Medicine, Memorial University of Newfoundland, 1996. ^ Aung, Steven K.H., Lee, Mathew H.M., "Music, Sounds, Medicine, and Meditation: An Integrative Approach to the Healing Arts", Alternative & Complementary Therapies, Oct 2004, Vol. 10, No. 5: 266-270. [2] ^ Dr. Michael J. Crawford page at Imperial College London, Faculty of Medicine, Department of Psychological Medicine. ^ Crawford, Mike J., Talwar, Nakul, et al. (November 2006). "Music therapy for in-patients with schizophrenia: Exploratory randomised controlled trial". The British Journal of Psychiatry (2006) 189: 405-409. [edit] Bibliography Harwood, Dane (1976). "Universals in Music: A Perspective from Cognitive Psychology", Ethnomusicology 20, no. 3:521-33. Johnson, Julian (2002). Who Needs Classical Music?: Cultural Choice and Musical Value. Oxford University Press. ISBN 0-19-514681-6. Kertz-Welzel, Alexandra. "Piano Improvisation Develops Musicianship." Orff-Echo XXXVII No. 1 (2004): 11-14. Kertz-Welzel, Alexandra. "The Singing Muse: Three Centuries of Music Education in Germany." Journal of Historical Research in Music Education XXVI no. 1 (2004): 8-27. Kertz-Welzel, Alexandra. "Didaktik of Music: A German Concept and its Comparison to American Music Pedagogy." International Journal of Music Education (Practice) 22 No. 3 (2004): 277-286. Kertz-Welzel, Alexandra. "General Music Education in Germany Today: A Look at How Popular Music is Engaging Students." General Music Today 18 no. 2 (Winter 2005): 14-16. Molino, Jean (1975). "Fait musical et sémiologue de la musique", Musique en Jeu, no. 17:37-62. Nattiez, Jean-Jacques (1987). Music and Discourse: Toward a Semiology of Music (Musicologie générale et sémiologue, 1987). Translated by Carolyn Abbate (1979). ISBN 0-691-02714-5. Owen, Harold (2000). Music Theory Resource Book. Oxford University Press. ISBN 0-19-511539-2. Woodall, Laura and Brenda Ziembroski, (2002). Literacy Through Music

Gratis-muziek-downloaden

Download Muziek Gratis

download-muziek-gratis

Door You i.s.m gratis-muziek-downloaden.startspot.nl
Hosting en scripting door: MPlay.nl
Er staan 161 links op deze pagina.
Opmerkingen of suggesties?